Leeswijzer leerlingvolgsysteem

Bijlage bij de rapporten: toelichting bij het Individueel Toetsoverzicht van Cito.

 

Toetsen van Cito:

 

Toetsversies:

M = Midden het schooljaar in deze groep

E = Eind het schooljaar in deze groep

V1 = Vervolgtoets 1 (deze vervolgtoets krijgen de kinderen wanneer ze voor de 1e helft een lage score hebben gehaald)

V2 = Vervolgtoets 2 (deze vervolgtoets krijgen de kinderen wanneer ze voor de 1e helft een hoge score hebben gehaald)

 

Score:

Het aantal goede antwoorden geeft de ruwe score aan.

 

VS:

De ruwe score wordt door CITO omgerekend in een ‘vaardigheidsscore’ (VS).

Per vakgebied worden andere vaardigheidsscores gehanteerd.

 

DL:

De DL (didactische leeftijd) geeft aan hoeveel maanden uw kind onderwijs heeft op het moment van de toetsafname, berekend vanaf de eerste maand in groep 3. Elk schooljaar telt 10 maanden.

Bij een doublure telt de DL door en is de DL 10 maanden meer dan de DL van de klasgenoten. De DL kan maximaal 60 zijn. Bij een versnelling (groep overslaan) is de DL 10 maanden minder dan bij klasgenoten.

Dit is niet van invloed op het Cito-niveau van de gemaakte toets, wel op het leerrendement.

Bv. een kind heeft de toetsen gemaakt van eind groep 5 en is een keer gedoubleerd. De toets Rekenen en Wiskunde is op een III-score gemaakt, een gemiddelde score. Het kind heeft dan een DL van 40 ipv 30. Dat geeft een minder hoog leerrendement dan wanneer het kind niet was gedoubleerd. Het kind heeft een langere leertijd nodig gehad om deze score te behalen.

 

Cito-niveau:

I = goed tot zeer goed

II = ruim voldoende tot goed

III= matig tot ruim voldoende

IV = zwak tot matig

V = zeer zwak tot zwak

 

FN:

Op welk landelijk gemiddelde groepsniveau functioneert het kind op het moment van de toetsafname.

 

DLE:

De toetsscore wordt (naast het CITO-niveau) omgerekend in een DLE-score, het didactische-leeftijds-equivalent. Hierin wordt berekend op welk niveau uw kind heeft gescoord in verhouding tot de didactische leeftijd van uw kind. De DLE staat voor het aantal onderwijsmaanden dat een gemiddelde leerling met deze score gevolgd heeft. Met behulp van de DL en DLE kunnen we zien of uw kind op/boven/onder het gemiddelde niveau scoort.

Bijv. indien een leerling uit begin groep 8 (DL = 51) een testscore behaalt met een DLE van 35, wil dat zeggen dat zijn prestatie overeenkomt met een gemiddelde leerling uit halverwege groep 6. Deze leerling heeft dan een leerachterstand van 16 maanden (51 – 35 = 16).

 

LR:

Het leerrendement geeft aan hoeveel procent rendement het leren heeft opgebracht in deze afgelopen periode.

 

N.B.

- Van de toetsen Begrijpend Lezen bestaat alleen een ‘midden-versie’.

- De resultaten van de Cito –toetsen gebruiken we voor de schoolbrede evaluatie van de resultaten en mede, om het Groepsplan voor de komende periode op te stellen.